Zindelijkheid

Pipi in het het potje...

Baby’s tot 12 maanden plassen reflexmatig wanneer ze een volle blaas hebben. Vanaf 12 maanden neemt de gevoeligheid van de blaas voor het reflexmatig plassen af. Je baby zal bewuster het plassen op gang kunnen brengen of doen ophouden. Tussen 2 en 3 jaar heeft je kind de eerste gewaarwordingen van zindelijkheid en kan je dus beginnen met de ‘potjestraining’.

Wij helpen je graag op weg!

Wat is het?

Zindelijk zijn betekent dat het kind controle heeft over het ledigen van de darmen en de blaas en het kind uit zichzelf reageert op de drang. Hiervoor moet het zenuwstelsel voldoende ontwikkeld zijn om het kind te laten voelen dat de blaas of darmen vol zijn en hierna invloed te laten uitoefenen op de sluitspier. 

Om van zindelijkheid te kunnen spreken moet het kind dus uit zichzelf aangeven naar de wc te moeten. Wanneer een kind regelmatig op de wc gezet wordt en hierdoor een schone broek houdt, betekent dit dus niet dat het kind zindelijk is. Je kunt een kind eigenlijk niet zindelijk maken, maar enkel helpen zindelijk te worden. Hoe je dat als ouder doet, vind je in de onderstaande rubriek.

Je kind geeft aan wanneer hij of zij er klaar voor is om op het potje te gaan. Toch moet je kind aan een aantal voorwaarden voldoen om met een training te kunnen starten:

  • Je kind moet kunnen voelen dat het moet plassen. Het moet ook lichamelijk in staat zijn de spieren rondom de blaas en de sluitspieren onder controle te houden. Meestal is dat zo als je kind droge periodes heeft van ten minste twee uur.
  • Je kind moet een verband kunnen leggen tussen de wc of het potje en moeten plassen. Ook moet je kind al wat taal begrijpen. Het moet weten wat het betekent wanneer je als ouder zegt: “Doe maar pipi in de wc / het potje”.
  • Je kind moet willen meewerken. Aangezien kinderen van 2 à 3 jaar volop hun wil aan het ontdekken zijn, kan dat wel eens een moeilijk punt zijn. Is je kind nog niet geïnteresseerd of lukt het helemaal niet, stel dan alles nog wat uit en stel je kind gerust.
  • Wanneer je kind gedurende twee opeenvolgende uren een droge luier heeft, is de blaascapaciteit groot genoeg om te starten met de training en kan het kind plassen met een volle blaas.

Hoe belangrijk is het?

De meeste kinderen worden tussen de 24 en 36 maanden overdag zindelijk waarna het meestal nog tussen de zes en twaalf maanden duurt voordat het kind ook 's nachts zindelijk wordt. Toch bereikt zo'n 25 % van de kinderen pas echt zindelijkheid op de leeftijd van vier jaar. Hierbij valt op dat meisjes vaak wat eerder en sneller zindelijk worden dan jongens. We zien over het algemeen dat eerst het zindelijk zijn voor ontlasting bereikt wordt, gevolgd door overdag zindelijk zijn voor plas en uiteindelijk wordt ook de zindelijkheid 's nachts bereikt.  

Wanneer en hoe de zindelijk bereikt worden, verschilt enorm per kind. Het is dan ook beter te kijken naar de signalen die je kind aangeeft om al dan niet zindelijk te worden en niet te veel te vergelijken met leeftijdsgenoten. Wanneer je te vroeg begint met het zindelijk worden, zorgt dit er over het algemeen voor dat het langer duurt voor dat de zindelijkheid bereikt wordt.  

Zindelijkheid gebeurt met vallen en opstaan. Een terugval is dan ook veelvoorkomend. Dat kan veroorzaakt worden doordat het nieuwe er af is of omdat het kind de interesse een beetje verliest. Een verandering in het leven van het kind kan ook een oorzaak zijn van de terugval zoals de geboorte van een broertje of zusje, een verhuizing, het beginnen van het schooljaar,… 

Nog niet zindelijk zijn overdag wordt vanaf vijf jaar als een probleem beschouwd en voor het zindelijk zijn 's nachts wordt dit pas vanaf zes jaar als een probleem gezien, al geldt ook dan nog dat 1 op de 10 kinderen nog wel eens in bed plast.

Wat kan je doen?

 Je kan het best op een rustige moment starten, dus niet kort vóór een ingrijpende gebeurtenis, zoals de eerste schooldag, de geboorte van een broertje of zusje of een verhuizing. Zulke gebeurtenissen maken op een kind vaak een overweldigende indruk, waardoor de kans op zindelijkheid verkleint.

  • Zet je kind pas op het potje als het een volle blaas heeft. Herhaal dit op geregelde tijdstippen, bijvoorbeeld na iedere maaltijd en voor het slapengaan. Je kan je kind dan meenemen naar het toilet en naast jou op het potje zetten. Je kind zal je dan nabootsen.
  • Omdat de huidige luiers een kind maar heel slecht laten voelen wanneer ze nat zijn, kan het enorm helpen de luier uit te doen en het kindje in een onderbroekje te laten lopen.
  • Daarbij is het in deze beginfase ook belangrijk dat de kleding gemakkelijk uitgaat, omdat het kind wanneer het lukt de behoefte even op te houden wanneer het aandrang voelt, dit nog maar heel kort kan en het dan niet als nog mis moet gaan omdat het kind de bretels of riem niet snel genoeg los krijgt.
  • Zorg voor een degelijk potje. In de meeste gevallen is het toilet niet aangepast aan de behoeften van je kind. Het is te hoog en de opening lijkt voor een kind verschrikkelijk groot. Daarom is het belangrijk om een degelijk potje te kiezen. Een goed potje biedt voldoende steun aan de rug en aan de voetjes van je kind, zodat het stabiel kan zitten.
  • De beste positie voor je kind is zittend plassen op een stevig potje, in hurkzit met de beentjes wat open en de voetjes steunend op de grond. In die houding kunnen de bekkenbodemspieren goed ontspannen. Zowel jongens als meisjes kunnen het best op deze manier een plasje leren te doen. Staand plassen voor jongens is niet aan te raden. Zo leert je kind immers de urine naar buiten te persen, terwijl het juist vanuit een ontspannen positie moet plassen.
  • Het is belangrijk je kind rustig de tijd te geven om te plassen. Als je kind zich moet haasten, kan dit leiden tot fout plasgedrag. Je kind wordt dan immers gestimuleerd om te persen, omdat zo de buikspieren de urine uit de blaas duwen, zonder de hulp van de sluitspier of blaasspier. Dit kan stoornissen in de blaaswerking veroorzaken.
  • Vraag geregeld aan je kind of het moet plassen. Zo leert het bewuster om te gaan met het gevoel van een volle blaas.
  • Het heeft ook geen zin je kind langer dan 5 minuten op het potje te laten zitten. Het is zeker af te raden het te laten zitten totdat het iets “gepresteerd” heeft. Als je je kind dwingt, zal dat vaak een omgekeerd effect hebben.
  • Reageer telkens positief wanneer je kind iets in het potje gedaan heeft. Zo zal het gestimuleerd worden om dit gedrag te herhalen. Je kan je kind belonen met een applausje, “hoera” roepen, extra aandacht geven, knuffelen, …
  • Maak je niet boos bij een ongelukje. Zelfs wanneer je kind al op het potje plast, is het normaal dat er toch nog eens een “ongelukje” gebeurt. Als je peuter bijvoorbeeld in zijn spel verdiept is, kan het soms al te laat zijn om het potje nog te halen.

Is je kind nog niet geïnteresseerd of lukt het helemaal niet, stel dan alles nog een maand uit en stel je kind gerust!

Meer weten?

Websites voor ouders
Boeken voor ouders
  • Moerman-Verhagen, K. (1993). De grote stap van luier naar potje: nuttige wenken bij de zindelijkheidstraining van uw kind. Rotterdam: Pampers Consumenten Service.
  • Vijverberg, M.A.W., Elzinga-Plomp, A. & de Jong, T.P.V.M. (1993). Als zindelijk worden niet vanzelf gaat … Antwerpen: Kosmos-Z&K.
  • Warner, P. & Kelly, P. (2004). Zindelijkheidstraining zonder tranen of trauma's. Amsterdam: De Driehoek. 
Boeken voor kinderen
  • De Rooij, S. & Meirink, T. (2000). Ik moet zo nodig! Gottmer.
  • Holzwarth, W. (2004). Over een kleine mol die wil weten wie er op zijn kop gepoept heeft. De Vries-Brouwers.
  • Mossmann, B. (2002). Wessel wil geen luier aan. De Vries-Brouwers.
  • Slegers, L. (2003). Karel op de wc. Clavis.
  • Van Lieshout, E. & Van Os, E. (2002). Nooit meer een luier! Kimio.
  • Van Genechten, G. (2000). Het grote billen-boek. Clavis.
Folders